“Weetjes over en uit Rijsoord”

“De Oudendijk of Waaldijk”.
De huidige Waaldijk werd vroeger de Oudendijk genoemd en dan hebben we het over voor 1935. “In Rezoord zeeje we “de Ouwendijk””. Omstreeks 1935 is de benaming veranderd in Waaldijk. Reden hiervoor was, dat de toenmalige gemeentesecretaris J.A. Meeter, omstreeks 1935 een huis liet bouwen aan de Oudendijk. Het huis staat er nu nog, namelijk voor Strevelszicht de voormalige pastorie van de Gereformeerde kerk. Hij was een man van stand (vond hij zelf) en vond de naam Oudendijk niet echt bij zijn stand horen. Daarom deed een voorstel voor naamsverandering van deze Oudendijk in een nettere naam en wel de Waaldijk. (deze info is van dhr. C. Crezée, zoon van de toenmalige burgemeester Crezée). 

“Onze Rezoordse Doe het zelf zaak, annex Groenekruis post”.
We hebben hier in Rezoord ook een heuse Doe het zelf zaak gehad, (nou ja Doe het zelf zaak). Het was timmerman Aai Lagendijk aan de Straatweg waar je van alles kon kopen op het gebied van timmerwerk en het onderhoud daarvan. Spijkers, schroeven, gereedschap, hout, gordijn roede, gaas, enz. Spijkers en schroeven werden er nog afgewogen. Kippengaas werd van de rol geknipt. Je kon er carboleum en teer halen voor je schuur, kippenhok, varkenshok, enz. Want dat waren de twee houtbeschermingsmiddelen die toen gangbaar waren. Het assortiment houtbeschermingsmiddelen wat we tegenwoordig kennen, bestond toen nog niet. Hout en plaatmateriaal werd eventueel voor je op maat gezaagd. Wat misschien nog maar weinig mensen weten, het was bij Aai Lagendijk ook een uitleen van het Groenekruis, op zijn zolder had hij allerlei hulpmiddelen, van ondersteek tot krukken. In zijn schuur stonden de verpleegbedden. Aai lagendijk was ook de man die de doodskisten maakte voor de overledenen van ons dorp. Die doodskisten waren vanaf de straat te zien, want die had hij voor de ramen van zijn schuur staan. Aai Lagendijk woonde aan de straatweg t.h.v waar nu de Geerlaan begint. Zijn werkplaats had hij naast zijn woonhuis. Woonhuis en schuur (voormalige werkplaats), staan er nu anno 2011 nog steeds.

“Veel dijken en een paar ander wegen hadden vroeger een andere naam.”
De Pruimendijk, de Waaldijk en de Noldijk, de benamingen van deze tijd van deze dijken.  Deze drie dijken waren vroeger één lange aaneengesloten dijk en heette in 1665 de Drogendijk of drogen Waeldijk. Op kaarten vanaf 1722 tot 1848 is de naam Pruimendijk te zien die loopt dan door tot waar tegenwoordig de Noldijk begint. En wat nu de Noldijk genoemd wordt, werd in die tijd de Waaldijk genoemd. Het stuk Rijksstraatweg vanaf de Noldijk richting Rotterdam werd toen de Hordijk genoemd en aan het eind van de straatweg waar nu nog Boerderij Westeinde aan de Krommeweg staat, heette vroeger de Zwet. De Voorweg werd in die periode de West Sijtse weg genoemd. De huidige Lagendijk werd toen de Gras Dijk genoemd, maar het eerste stuk Lagendijk bij de Straatweg heette toen Driesprong. Het stuk straatweg vanaf de Langeweg tot aan het viaduct Achterambacht was de Rijsoortsche steeg, de bocht in de straatweg bij het viaduct Achterambacht werd de Krom genoemd. Vanaf 1848 zien op de kaarten dat de Pruimendijk tot de Rijsoordsestraat loopt en daarna wordt het Waaldijk, die loopt dan weer tot wat nu nog steeds de Noldijk is. Het eerste stukje van de Noldijk tot aan de gebroken Meeldijk heeft ook nog korte tijd de Weversdijk geheten. Ook vanaf deze tijd 1848 wordt de Rijksstraatweg Koninklijke straatweg genoemd, dat was vanaf de Rijsoortsche Steeg tot in Rotterdam dus de naam Hordijk was vervangen voor Koninklijke Straatweg. En de West Sijtse weg is veranderd in Voorweg. En ook den Grasdijk is Lage dijk geworden, wat later weer Lagendijk werd. Tot in die tijd werd Rijsoord geschreven als Rijsoort. Na 1865 wordt de Waaldijk Oudendijk genoemd, deze naam komen we in diverse archief stukken tegen. De Rijsoordsestraat werd vroeger ook wel de Breëstraat genoemd, nog vroeger in de tijd voordat de brug er was werd het de Veerweg genoemd.

“Molens van Rijsoord”.
Er hebben ooit in Rijsoord twee molens gestaan, één aan de Waalweg en één aan de Waaldijk. Beide hebben zo’n 60 jaar schuin tegenover elkaar aan de waaloevers gestaan.
De oudste molen was die aan de Waalweg, dat was een watermolen. Deze stamde uit de 16e eeuw, het exacte jaartal is niet bekend wanneer hij gebouwd is. Deze molen moest het water in de polder van Strevelshoek en Rijsoord op peil moest houden. De watermolen aan de Waalweg heeft tot in 1882 zijn werk gedaan en is toen vervangen voor een stoomgemaal, die tot 1929 dienst gedaan heeft. De fam. de Jong uit Rijsoord, heeft enkele generaties dienst gedaan als watermolenaar en het laatste als machinist op het stoomgemaal aan de Waalweg. Op diverse oude kaarten van de Zwijndrechtse Waard staat deze watermolen getekend.
De jongste molen is de korenmolen, “De Kersenboom” een zogenaamde grondzeiler die in 1822 is gebouwd, in opdracht van ene Jan van der Ven. Die deze molen voordat hij gereed was, alweer overgedaan had aan zijn meesterknecht Gerrit Dijkman de Kool. De Molen is tot ongeveer 1960 in bezit geweest van de familie de Kool en in gebruik geweest voor het malen van meel. Daarna is de molen in particulier bezit gekomen en heeft men diverse plannen met de molen gehad het is zelfs nog een tijdje een boetiek geweest. De molen raakte stilaan in verval en kon niet meer draaien vanwege bebouwing in zijn omgeving. In 1990 is de molen in bezit gekomen van de stichting “De Rijsoordse Molen” die zich hard gemaakt heeft voor het behoud en restauratie van de Molen, want de molen was toch wel het gezicht van Rijsoord. De Molen is uiteindelijk in 1991 verplaatst naar de Waalweg wat een ingrijpende gebeurtenis was in Rijsoord. Er waren voorstanders en tegenstanders van deze ingrijpende gebeurtenis, maar uiteindelijk blijkt het toch wel de beste beslissing geweest te zijn voor de molen. Aan de Waalweg is hij weer helemaal gerestaureerd en kan weer malen, het is echt een plaatje als je hem ziet staan, de Parel van Rijsoord.

“Rijsoord, wanneer is het ontstaan en hoe groot was het in het begin”.
Rijsoord is ontstaan in 1332, dus ons durrepie is al zo’n kleine 700 jaar oud. Het oude Rijsoord ligt in de Zwijndrechtse waard, dat is over de brug aan de kant waar de oude Herberg (Hermitage) en de Herv. Kerk staan. Rijsoord bestond alleen maar uit de paar huisjes in de buurt van de kerk en de Herberg en is al snel uitgebreid met de Rijsoordsestraatweg wat de hoofdstraat van het dorp werd, wat later de Schalk of het (Schalksedijkje) genoemd werd. Hier werd sedert 1339 een weekmarkt en zelfs 2 vrije Jaarmarkten gehouden. En Rijsoord breide uit met nog wat huizen aan de waalweg en de Kikkersteeg. Maar hoe klein het gehucht ook was, het was wel de eerste plaats in de Zwijndrechtse waard waar een kerk gebouwd is. In 1336 werd deze kerk in gebruik genomen. Deze kerk heeft bijna 500 jaar dienst gedaan als kerk maar werd te klein en te bouwvallig dus werd er in 1832 een nieuwe grotere kerk gebouwd op dezelfde plaats, deze kerk staat er nu nog steeds. In het begin liepen de Schalkse dijk en de Waalweg in elkaar over, later is er de straatweg ontstaan deze doorsneed de Schalk en de Waalweg en kwam uit bij de Waal waar een veerschuit kwam om de mensen naar de andere oever te vervoeren. Deze veerschuit legde aan bij de Veerweg, de latere Breëstraat of Rijsoordsestraat, dit was voordat er een brug over de Waal kwam. De gemeente Rijsoord met 117 inwoners en de gemeente Strevelshoek (een klein gehucht wat verder op aan de Waalweg lag richting Heerjansdam) van 43 inwoners, hadden tot 1855 een eigen gemeentebestuur. Bij de Wet van 11 juli 1855 werden deze gemeenten de zelfstandigheid ontnomen en ze werden bij Ridderkerk gevoegd. Rijsoord was een idyllisch dorp, wat later uitgebreid is met het gedeelte wat over de brug ligt in de Polders Oud en Nieuw Reijerwaard.

“Het Rijsoordse gemeente wapen.”

Wat betreft het gemeentewapen van Rijsoord, in een beschrijving van "Zuid-Hollandse Wapens" uit 1645 komt het gemeentewapen van Rijsoord voor; het bestaat uit een zwart veld met drie rijstakken van zilver. Tegenwoordig kom je het wapen in verschillende uitvoeringen tegen, maar het origineel is zoals de wapens hier getoond. Het wapen rechtsonder is een wapen wat vanaf 1600 voorkwam. Het wapen linksonder is het wapen wat bekend is, nadat het wapen op 20 februari 1816 aangevraagd of opnieuw geregistreerd is bij de wapenkamer. De omschrijving is  "Van sabel, beladen met 3 rijstakken van zilver." (zwart schild met 3 rijstakken van zilver).
Het is een duidelijk sprekend wapen, met drie uitlopende takken, in veel omschrijvingen onjuist rijst genoemd... Het oude gemeentewapen of heerlijkheidswapen want zo werd het vroeger genoemd, werd in het Manuscript Beelaerts van Blokland als zodanig vermeld. Het werd ook al genoemd in het overzicht van heerlijkheden rond Dordrecht door Jacob van der Eyk in 1628, daar word het middelste wapen bij getoond.
Ridderkerk wapen-kl   oud-rysoort   m_oud wapen
 

“De Brug van Rijsoord”.
De brug van Rijsoord, die is toch niet zo belangrijk zou je zeggen, maar deze brug is toch door de eeuwen heen best wel belangrijk geweest. Vanaf 1332 het ontstaan van het dorp Rijsoord tot 1543 stak men toen nog de heel wat bredere Waal over met een veerschuit, die aanlegde aan de Veerweg die tegenwoordig de Rijsoordsestraat heet. Omdat men graag een brug wilde werd de Veerweg herhaaldelijk verlengd totdat in 1543 het gat klein genoeg was om een brug te gaan bouwen. Deze houten brug werd een belangrijke verbinding tussen noord en zuid. In 1572 werd de brug vernield door de Spanjaarden. In 1582 weer herbouwd, in 1615 was deze brug inmiddels half vergaan, men was toen zelfs van plan weer een veerschuit te laten bouwen in plaats van de brug te restaureren. Maar de schout van Rijsoord toont interesse in de brug en men doet de brug aan hem over, met daarbij bedongen dat hij de brug op eigen kosten vernieuwen en eeuwigdurend te blijven onderhouden. Doordat hij de dammen aan weerzijden van de brug laat verlengen wordt de brug een stuk korter. Men heeft in de loop der jaren altijd tol (bruggegeld) geheven voor passage van de brug, de bewoners van de Zwijndrechtsewaard waren hiervan vrijgesteld, hoewel men het wel vaak probeerde ook van hun tol te heffen maar dan kwam het weer tot rechtspraken en werden ze weer vrij gesteld. In 1617 was er weer zo’n proces wat eindigde in een arbitrale uitspraak: voor immer zouden allen, vallende onder de schouw van Zwijndrecht, vrijgesteld zijn van bruggegeld, mits éénmaal betalende een som van 3 stuivers voor iedere morgen = 93 A en 94 ca, die de Waard telde. Rond 1680 is de brug zelfs een ophaalbrug, die in 1687 geheel verbouwd wordt tot een vaste brug die hoog en stijl is. In 1707 wordt de brug weer verbeterd en in 1719 wordt de brug geheel opnieuw gelegd, waarbij deze nog hoger komt te liggen zodat de straat aan weerskanten verhoogd moest worden. In 1821 is de brug verlegd in de richting zoals hij nu ligt om het voor het doorgaande verkeer makkelijker te maken, zodat het niet meer door de Rijsoordsestraat hoefde. Daarvoor werd er een nieuw stuk straatweg aangelegd in de uiterwaard van de Waal, zodat de brug nu de waal schuin kruist. Deze brug was nu niet meer geheel van hout, de zijkanten waren nu gemetseld en de bovenkant van hout. Doordat in 1939 de Rijksweg A16 gereed kwam is het op de Rijksstraatweg een heel stuk rustiger geworden, de eens zo belangrijke staartweg en brug waren ineens niet meer zo belangrijk. De brug is omstreeks 1950 weer vernieuwd, de gemetselde zijwanden en houten bovendeel zijn geheel van beton gemaakt. Dit werk werd door L.B.S. uit Rijsoord uitgevoerd.